Christa Anbeek – Voor Joseph en zijn broer

Christa Anbeek is theoloog, bijzonder hoogleraar en rector aan het Remonstrants Seminarium. Met haar boek Voor Joseph en zijn broer won ze in 2019 de prijs voor het beste spirituele boek.

Het boek is ontstaan in een periode van gedwongen rust vanwege een burn-out. Het gaf haar de gelegenheid om veel tijd door te brengen met haar pasgeboren kleinzoon. Ze werd gegrepen door hoe ze hem zag spelen. Ze ontdekte dat spelen een serieuze aangelegenheid is. Daarover gaat het boek.

De serieuze invalshoek van het boek is mede gegeven door de voorgeschiedenis van Anbeek. Nadat zij tijdens haar theologiestudie in korte tijd haar vader, moeder en een broer had verloren, waarvan twee door een zelfgekozen dood, ging ze op zoek naar iets dat gewicht in de schaal kon leggen tegenover het definitieve van de dood. Haar theologisch denken cirkelt sindsdien rond ‘betekenisverlieservaringen’ of ‘contrastervaringen’.Ze schreef een proefschrift over de dood. Ze probeerde antwoorden te zoeken in haar boeken Overlevingskunst en De berg van de ziel. Maar iets definitiefs vond ze niet. Ze kwam uit bij wat ze noemt: ‘ervaringsgerichte theologie van kwetsbaar leven’. Een theologie die, zo lijkt het, gestoeld is op de ervaring dat juist in het moment van kwetsbaarheid God er niet is. Op het moment dat het breekt, ontbreekt God.

Waar vind je dan houvast? Hoe voorkom je dat je in het donker verdwaalt?

Terwijl ze past op haar spelende kleinzoon, die ze steevast ‘de vreemdeling’ blijft noemen, verdiept ze zich in moeilijke boeken. Zij blijft een theoloog! Daaruit leert ze dat spelen zoiets is als het creëren van een andere werkelijkheid. Het zou zomaar kunnen zijn dat ritueel en religie voortgekomen zijn uit de menselijke capaciteit tot spelen; uit de menselijke behoefte iets tegenover de ‘echte’ werkelijkheid te plaatsen. Kijkend naar de vreemdeling hoopt ze van harte op die goede wereld, die andere werkelijkheid, en dat hij daarin kan blijven spelen.

Maar hoe kan het spel van een kind weerstand bieden tegen het definitieve van de dood?

Als je je afvraagt wat de grondtoon is van het leven: plezier en vreugde, voor korte momenten overschaduwd door ongemak,of verdriet en gemis, soms afgewisseld door periodes van opklaring? Dan weet je eigenlijk het antwoord al.

Of toch niet?

Er is over spelen nog meer te zeggen.

Hannah Arendt is daarbij voor Christa Anbeek een belangrijke gids.

Hoe komt Hannah Arendt, die zich geen filosoof noemt en zeker geen theoloog, die God nadrukkelijk buiten beschouwing laat en naar eigen zeggen zich bezighoudt met politieke theorie, in het beste spirituele boek van 2019 terecht? Dat moet wel zijn omdat Hannah Arendt in haar theorievorming steeds aandacht heeft voor twee grootheden: wereld en mensen en daarbij belangrijke en diepzinnige dingen te berde brengt over beide.

Denkend vanuit de catastrofe van de totalitaire terreur is zij op zoek naar hoe mensen bevrijd kunnen worden om vrij te zijn. Waar een totalitaire staatsstructuur de mens zijn rechten, zijn geweten en ten slotte zijn individualiteit tracht te ontnemen, gaat vrijheid ervan uit dat mensen verschillen en dat ieder verschillend mens recht van spreken heeft.

Dat gebeurt in de publieke ruimte, waar mensen vrij zijn om te spreken en te handelen, om politiek te bedrijven, zou je kunnen zeggen. In het spreken en handelen verschijnen mensen aan elkaar en komt de wereld steeds nieuw geschapen tevoorschijn. Hannah Arendt noemt dit ‘nataliteit’, geboren worden. Dat er ook echte geboorten zijn, dat er steeds weer een nieuwe generatie mensen komt, garandeert dat het scheppen voortdurend doorgaat, dat mensen en wereld steeds weer opnieuw aan elkaar verschijnen.

De ruimte waar dit alles plaatsvindt wordt door Hannah Arendt ook wel ‘tussenruimte’ genoemd. Je kunt het ook ‘speelruimte’ noemen, omdat het de ruimte is waar de mensen vrij spel krijgen om hun unieke bijdrage aan het leven te geven. Dit spel komt nooit tot een einde. Het gaat door zolang we ons openen naar en openstellen voor de ander, de vreemdeling.

Christa Anbeek plaatst dit ‘handelen’ van Hannah Arendt nadrukkelijk “in het teken van zin en betekenis.” (p. 125) Zin en betekenis ontstaan waar een mens zich laat horen en zien aan een ander mens, die de behoefte om gehoord en gezien te worden erkent. Daarmee worden we voortdurend aan elkaar geboren. En, zoals gezegd, dit spel gaat door, zolang er nieuwe geboorten zijn.

Er is geen definitieve zin of betekenis. Er is dus ook geen definitief antwoord op de dood. Anbeek schrijft: “Niemand kan onomkeerbaar treurigheid in verwondering veranderen, ook ik niet. Het is er allebei. De kunst is:het nieuwe, onverwachte en onvermijdelijke te verwelkomen, in welke gedaante het dan ook tot je komt. Kijken, luisteren en delen met anderen wat het met je doet. Tot expressie brengen wat als van ultiem belang zichtbaar wordt. Sprekend, schreeuwend, huilend, zingend, dansend en schilderend van andere werelden dromen en anderen hierin betrekken. Spelen is ons van nature gegeven”. (p. 236)

De vraag naar de grondtoon van het leven kent geen of-of antwoord. Het is er allebei: vreugde en verdriet. En vreemd genoeg ontstaan beide uit de betrokkenheid van mensen op elkaar, uit dat wat Hannah Arendt ‘handelen’ noemt. Doordat wij aan elkaar steeds nieuw ontstaan, zijn de mensen die mij nabij zijn een deel van mij. Als die wegvallen, valt een deel van mij weg. Mijn verhaal stokt, omdat ‘ik’ er niet meer ben. Maar hetzelfde geldt voor de komst van een nieuw mens in mijn leven. Ook dan stokt mijn verhaal, maar nu door verwondering. Ook dan ben ‘ik’ er niet meer. In beide gevallen ontsta ik nieuw.

 

Ik weet niet of ik het goed heb begrepen, maar ik zie een bijzondere beweging zich voltrekken in het boek. In het begin wordt de dood voorgesteld als iets definitiefs. Anbeek verlangt naar een definitief antwoord, maar verzet zich er ook tegen, elke keer als ze die vindt. Hannah Arendt zegt: in dit leven zijn geen definitieve antwoorden. Er is enkel het steeds weer opnieuw geboren worden aan elkaar. Er is enkel spel. Maar zou de dood zelf dan ook in dit spel betrokken kunnen worden?Kan de dood iets van zijn definitieve karakter verliezen?

In een aantal prachtige hoofdstukken over haar grootmoeder, bij wie in haar familie “dat hunkeren naar de dood” (p. 27) begon, gebruikt Anbeek wat we contextueel zouden noemen: exoneratie en ethische verbeelding. Ze schrijft: “Ik kan mijn vader en ook mijn broer, dertig jaar na hun dood vergeving schenken. De dader hoeft dan niet langer samen te vallen met die ene, definitieve zelfvernietigende daad. Door hen te vergeven open ik de mogelijkheid om te zien wat er allemaal ook was: de vele andere daden van mijn vader en broer. Het maakt het land van het verleden opnieuw bewoonbaar, zoals het dat ooit was: vol liefde en genegenheid en menselijke tekortkomingen”. (p. 230)

Ko Sent

Alle citaten zijn uit: Anbeek, C. (2018). Voor Joseph en zijn broer: Van overleven naar spelen en andere zaken van ultiem belang. Utrecht: Ten Have.

En, over spelen gesproken: op basis van haar inzichten heeft Christa Anbeek samen met haar studenten een dialoogspel ontwikkeld. Het heet Tussen zon en maan en het brengt mensen in gesprek over contrastervaringen en wat in die ontregeling van waarde bleek.

Maar daarover wellicht later meer.